Nieuws

Huurder doet zijn best om op te ruimen: ontbinding afgewezen

Een verhuurder maakt zich zorgen over de veiligheid en het normale gebruik van een woning, omdat de huurder veel spullen verzamelt en de woning vol raakt. Dat leidt tot een procedure waarin de verhuurder vraagt om ontbinding van de huurovereenkomst. Na een gerechtelijke plaatsopneming krijgt de huurder twee maanden om op te ruimen en inspecties toe te laten. De vraag is daarna: is er genoeg gebeurd om een einde aan de huur te voorkomen?

De huurder huurt al een paar jaar een woning van een woningcorporatie. Volgens de verhuurder staat de manier van spullen verzamelen een normaal gebruik van de woning in de weg en zorgt dit voor een gevaarlijke situatie in de woning. In een tussenvonnis oordeelt de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland dat de toestand van de woning onvoldoende aanknopingspunten geeft voor ontbinding, maar dat de huurder wél tekortschiet doordat hij niet meewerkt aan verbetering en inspecties niet toelaat.

Descente

Na een gerechtelijke plaatsopneming (descente) krijgt de huurder twee maanden om stappen te zetten: opruimen én de verhuurder toegang geven voor inspecties. De huurder stelt vervolgens dat hij voldoende vooruitgang boekt. De verhuurder vindt dat het onvoldoende is en houdt vast aan ontbinding.

Goed huurder

Ontbinding van een huurovereenkomst is mogelijk als de huurder tekortschiet in zijn verplichtingen. In huurzaken gaat het vaak om de vraag of de huurder zich als 'goed huurder' gedraagt: de woning normaal gebruikt, geen gevaar laat ontstaan en redelijke controle door de verhuurder toestaat als daar aanleiding voor is.

Opruimplan

De kantonrechter vindt ontbinding op dit moment niet gerechtvaardigd. Uit foto’s, inspectieverslagen en verklaringen blijkt dat de huurder uitvoering geeft aan een opruimplan dat hij met begeleiding opstelt. Het proces verloopt volgens betrokkenen gestaag en de huurder toont motivatie. De verhuurder erkent bovendien dat er (in elk geval deels) verbetering is: spullen zijn opgeruimd en/of afgevoerd.

Inspectie

Ook weegt mee dat de huurder de verhuurder inmiddels regelmatig binnenlaat voor inspecties. Daarmee schiet hij op de twee kernpunten uit het tussenvonnis niet langer tekort: hij werkt aan verbetering en hij laat toezicht toe. Dat er nog veel werk te doen is, verandert dit niet. Zolang de huurder de ingezette lijn vasthoudt, acht de kantonrechter het aannemelijk dat hij aan zijn verplichtingen gaat voldoen. De rechter spreekt wel een waarschuwing uit: als de huurder in de toekomst weer stopt met opruimen of hulp weigert en de situatie opnieuw verslechtert, kan dat later wél aanleiding zijn voor ontbinding.

ECLI:NL:RBMNE:2025:6311

Bron: Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2025:6311 10937269 | 26-11-2025

Terug