Nieuws

Geen aansprakelijkheid voor verdwenen schoenenvoorraad na ontruiming

Een bedrijfspand wordt ontruimd na beëindiging van de huurrelatie. De voormalig huurder van het pand stelt dat bij de ontruiming een groot deel van zijn schoenenvoorraad is verdwenen of kapot geraakt. Bij de rechtbank Amsterdam probeert hij de schade te verhalen op de verhuurder.

Op een dag zegt de verhuurder de huur van meerdere bedrijfsruimten op. Een huurder, een handelaar in luxe schoenen, stemt met die beëindiging in. Vervolgens krijgt de handelaar nog enige tijd om de ruimte leeg op te leveren. Maar dat gebeurt niet.

Ontruiming

Daarop kondigt de verhuurder per e-mail aan dat de ruimte uiterlijk op een bepaalde datum leeg moet zijn. Daarbij staat ook dat, als dat niet gebeurt, de verhuurder zelf tot ontruiming overgaat. Op die berichten volgt een instemmende reactie vanuit de huurder. Wanneer de ruimte vervolgens niet tijdig leeg is, laat de verhuurder het pand ontruimen.

Onrechtmatig

De handelaar stelt daarna dat de ontruiming onrechtmatig is. Volgens de handelaar zijn schoenen op straat gegooid, afgevoerd of beschadigd geraakt. Ook zou administratie zijn verdwenen. Naast materiële schade vordert de huurder vergoeding van omzetverlies en reputatieschade.

Afwijzing

De kantonrechter van de rechtbank Amsterdam wijst de vorderingen af. Daarbij speelt allereerst een rol dat van een voortijdige ontruiming geen sprake is. Uit de stukken en e-mails volgt volgens de rechtbank dat de huur al rechtsgeldig is geëindigd en dat is gecommuniceerd over het moment van oplevering en ontruiming. Daarmee mist het verwijt dat zonder aankondiging, zonder reden en zonder overleg is ontruimd feitelijke grondslag.

Foto’s

Het zwaarst weegt uiteindelijk het bewijsprobleem. Op grond van de wet rust de stelplicht en bewijslast op degene die schade en onrechtmatig handelen aanvoert. De door de huurder overgelegde foto’s tonen volgens de rechtbank niet aan dat goederen op straat zijn gegooid of verdwenen. Ook de facturen en voorraadoverzichten maken niet duidelijk welke voorraad op het moment van ontruiming daadwerkelijk aanwezig is, wat daarna ontbreekt en of dat aan de verhuurder is toe te rekenen. Ook de schadeposten zelf zijn onvoldoende onderbouwd. Alle vorderingen van huurder worden daarom afgewezen.

ECLI:NL:RBAMS:2025:5922

Bron: Rechtbank Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBAMS:2025:5922 | 08-08-2025

Terug