Nieuws
Boete voor illegale onderhuur onredelijk

Een huurder die zijn woning onderverhuurt voor illegale prostitutie, moet de woning verlaten. Toch hoeft hij de contractuele boete niet te betalen. Die is namelijk onredelijk hoog. Dat oordeelt de kantonrechter van de rechtbank Midden-Nederland.
De huurder huurt een woning van een woningcorporatie. In november 2025 stellen toezichthouders en politie vast dat de woning wordt gebruikt voor illegale prostitutie. De huurder erkent later dat hij een deel van de woning heeft onderverhuurd voor € 100 per dag. Ook heeft hij een huurachterstand van ruim vijf maanden.
Ontbinding huurovereenkomst
De kantonrechter vindt dit ernstige tekortkomingen. Onderverhuur voor illegale prostitutie is niet toegestaan en levert risico’s en overlast op. Ook de huurachterstand is fors. De huurovereenkomst wordt daarom ontbonden en de huurder moet de woning binnen veertien dagen verlaten. Ook moet hij de huurachterstand betalen.
Boete
De woningcorporatie vordert daarnaast een boete van € 11.000. Die boete is gebaseerd op de algemene huurvoorwaarden. Daarin staat onder meer dat een huurder een boete kan krijgen bij bedrijfsmatig gebruik, onderverhuur en het veroorzaken van overlast, hinder of gevaar. De rechter toetst deze bepalingen uit zichzelf, omdat de huurder consument is. Dat betekent dat de rechter moet controleren of de algemene voorwaarden eerlijk zijn.
Oneerlijk boetebeding
Volgens de kantonrechter is het boetebeding oneerlijk. Dat komt vooral door het stapelen van verschillende boetes. Eén gedraging kan tegelijk meerdere bepalingen overtreden. Daardoor kan een huurder direct een hoge boete krijgen, los van de vraag hoe lang de overtreding heeft geduurd en of de verhuurder schade heeft geleden. Daar komt bij dat de boete verder kan oplopen met een bedrag per dag. In totaal kan het boetebedrag in dit geval oplopen tot € 40.000. Dat is meer dan 4,5 jaar huur. Ook staat in de voorwaarden dat de huurder de winst uit onderverhuur moet afdragen. Als de hoogte van die winst niet bekend is, wordt vermoed dat die 250% van de huur bedraagt. De rechter vindt dat dit samen leidt tot een onevenredig hoge boete. Daarom worden de boetebepalingen vernietigd. De gevorderde boete en de afdracht van winst worden afgewezen.
Bron: Rechtbank Midden-Nederland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBMNE:2026:3797 12077121 \ AC EXPL 26-225 | 17-06-2026