Nieuws
Huurder moet logeerwoning verlaten ook al vertoont oorspronkelijke woning nog gebreken

Wegens een gebrek in haar huurwoning mag een huurder tijdelijk in een logeerwoning verblijven. Als het gebrek is hersteld, weigert zij terug te verhuizen: er is volgens haar een ander gebrek voor in de plaats gekomen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam oordeelt dat de logeerwoning moet worden ontruimd.
Een vrouw huurt van een woningcorporatie een woning. Vanwege een ernstige rioollekkage stelt de verhuurder voor haar tijdelijk een logeerwoning ter beschikking. In de huurovereenkomst voor deze logeerwoning staat dat de huurder na afronding van de werkzaamheden in de oorspronkelijke woning moet terugkeren en de logeerwoning moet verlaten. Als de lekkage is verholpen, de boel is schoongemaakt, is de oorspronkelijke woning weer klaar voor gebruik.
Ongezond binnenklimaat
Toch weigert de vrouw terug te verhuizen. Een gespecialiseerd bedrijf heeft vastgesteld dat in de oorspronkelijke woning nog sprake is van restvocht, schimmels, bacteriën en een ongezond binnenklimaat. Dit omdat specialistische reiniging is uitgebleven. Voor de woningcorporatie is dit geen belemmering om de ontruiming uit te stellen. Dit wordt dan ook gevorderd bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam.
Ontbindende voorwaarde
Deze logeerwoning was ter beschikking gesteld om het aanvankelijke gebrek – de verstopte riolering en de lekkage en de daaraan ten grondslag liggende scheur in de rioolleiding – te verhelpen. De oorzaak van de rioollekkage is inmiddels hersteld. Daarmee is voldaan aan de ontbindende voorwaarde uit de logeerovereenkomst, te weten de ‘afronding van de werkzaamheden’ gericht op het herstel van de lekkage.
Geen bevoegdheid
En het ongezonde binnenklimaat in de oorspronkelijke woning? Het is volgens de voorzieningenrechter denkbaar dat deze nu een gebrek vertoont waarvoor de woningcorporatie mogelijk verantwoordelijk is. Maar dit betekent niet zonder meer dat de logeerovereenkomst voortduurt. Een eventuele aansprakelijkheid van de woningcorporatie voor de gestelde schade of een verplichting tot specialistisch herstel, biedt juridisch gezien voor de huurder geen bevoegdheid om de logeerwoning te behouden.
Ontruiming
Als de huurder meent dat de oorspronkelijke woning gebreken vertoont, zal zij daarover een afzonderlijke bodemprocedure moeten starten, bijvoorbeeld voor herstel of huurprijsvermindering. Voor dit moment oordeelt de voorzieningenrechter dan ook dat de huurder de logeerwoning moet verlaten. Daarvoor heeft zij veertien dagen.
Bron: Rechtbank Rotterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBROT:2026:8991 12242922 VV EXPL 26-298 | 23-07-2026