Nieuws
Huur beƫindigd, maar bedrijfsruimte nog vol spullen: hoe lang mag je blijven?

Een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte loopt af, maar de huurder heeft zijn spullen nog niet weggehaald. Mag hij blijven totdat alles is opgeruimd? En hoeveel tijd moet de verhuurder hem daarvoor geven? De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam oordeelt dat een huurder die al ruim een jaar weet dat hij moet vertrekken, niet zonder meer recht heeft op extra tijd.
Een ondernemer huurt sinds 2016 een loods met bijbehorend buitenterrein voor zijn eenmanszaak. Het gaat uiteindelijk om 500 m² loodsruimte en 600 m² buitenterrein. De verhuurder zegt de huurovereenkomst in maart 2025 op tegen 30 april 2026. Daarbij wordt de huurder ook aangezegd dat hij de bedrijfsruimte op die datum moet ontruimen. Maar wanneer de huurovereenkomst eindigt, blijft de huurder zitten. Bovendien heeft hij volgens de verhuurder aanzienlijk meer buitenterrein in gebruik genomen dan is afgesproken. De verhuurder stapt daarom naar de rechter. Zij wil de loods en het buitenterrein terug om deze aan een andere partij te kunnen verhuren.
Dertig vrachtwagens
De huurder stelt dat hij al ongeveer dertig vrachtwagens aan goederen heeft afgevoerd. Ook zegt hij afspraken met de verhuurder te hebben gemaakt over de ontruiming. Volgens de kantonrechter is dat onvoldoende. De huurovereenkomst is per 1 mei 2026 beëindigd. Sindsdien gebruikt de huurder de bedrijfsruimte en het extra buitenterrein zonder recht of titel. Bovendien heeft hij niet concreet gemaakt welke afspraken over uitstel zouden zijn gemaakt. Ook heeft hij onvoldoende toegelicht welke stappen hij heeft ondernomen om de ontruiming volledig af te ronden. Dat hij al veel goederen heeft weggehaald, verandert niets aan het feit dat de bedrijfsruimte nog niet leeg is.
Veertien dagen
De rechter veroordeelt de huurder om de loods en het buitenterrein binnen veertien dagen na betekening van het vonnis volledig te ontruimen. Een langere termijn krijgt hij niet. Hij wist immers al sinds maart 2025 dat hij uiterlijk op 30 april 2026 moest vertrekken. Als de huurder niet op tijd ontruimt, mag de verhuurder de ontruiming via een deurwaarder laten uitvoeren. De kosten daarvan komen voor rekening van de huurder. Eventueel achtergebleven eigendommen moeten worden opgeslagen, eveneens op zijn kosten. De verhuurder had ook een dwangsom gevraagd, maar die wijst de rechter af. Omdat de ontruiming met behulp van een deurwaarder kan worden afgedwongen, is een extra financiële prikkel volgens de rechter niet nodig.
Bron: Rechtbank Rotterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:RBROT:2026:14392 12340943 VV EXPL 26-66 | 25-09-2026